Afrikaanse en Nederlandse meervouden op -ings
0 Inleiding
De problemen rondom de Nederlandse s-meervouden zijn syn- en diachroon erg ingewikkeld en onoverzichtelijk. Deelstudies lijken voorlopig de beste metode om wat meer licht te krijgen. Als eerste heb ik "eenlettergrepige" nietontleende Westvlaamse s-meervouden besproken (Paardekooper, 1990e), als tweede groep kies ik meervouden op -ings. Waardoor zijn die in het ABN spoorloos verdwenen?
De metode van onderzoek is eens te meer: rekonstruktie van ons 16e-, 17e-eeuwse dialektlandschap. Oudere teksten verhullen ook hier weer bijna alles, zodat de dialektmonografieën verreweg ons belangrijkste hulpmiddel zijn. Zoals altijd heeft ook nu het toeval weer de regie in handen: het belang van een monografie bestaat in de som van z'n uitvoerigheid, z'n kwaliteit, z'n geboortejaar en de relatieve ouderdom van z'n voorwerp. Met dat laatste bedoel ik de intensiteit en de duur waarmee het aan ABN-straling blootgestaan heeft. Het is duidelijk dat het Leids van 1990 aanzienlijk jonger is als bv. het Brugs van 1830.
Maar het 16e-, 17e-eeuwse Zuidhollands is met die metode bijna onrekonstrueerbaar; we hebben daarvoor het Afrikaans nodig (kritisch en voorzichtig gehanteerd), en natuurlijk het sterk aansluitende Noordhollands.
Konkreet: de studie van de verhouding tussen -ings en -inge(n) brengt ons al vlug tot een morfologische driedeling. Er zijn twee groepen gelede woorden op -ing enz.: die op /lIŋ(∂)/ hebben bijna enkel /∂ (n)/, resp. /n/, en die op /Iŋ/ enz. kennen geen eenvoudige mv-regel. De kleine groep ongelede lijkt een voorkeur te hebben voor /s/.
1 Het Afrikaans
Met behulp van het omkeerwoordeboek van Combrink en Dodds (1988) dat gelukkig ook alle buigingsvormen omvat, kun je de regels van het Afrikaans vrij makkelijk (en vrij volledig) formuleren. We moeten drie groepen enkelvouden
onderscheiden:
A. woorden op -ing die geen morféém -ing of -ling hebben, krijgen een s: palings, konings, lanings, harsings enz.;
hier vinden we dus zowel gevallen die ook in het ABN op -ing eindigen (het type paling), als woorden die daarin op /∂n/ uitgaan (hersen enz.), maar die in hun ABHollandse vorm in elk geval een -s meebrachten: harsings < harse(n)s enz. (laning was al o.a. Oudbeierlands (Opprel 1896: 69)). Het gaat hier om bijna 40 woorden: daarvan is ongeveer een kwart ontleend;
B. woorden op het morfeem /lIŋ/ of /Iŋ/
1. woorden op het morfeem /lIŋ/ hebben (behalve ouderlings) allemaal een /∂/: wêreldlinge, vreemdelinge, vlugtelinge enz. Het gaat om ongeveer 80 stuks;
2. woorden op het morfeem /Iŋ/ zijn verreweg het talrijkst: ongeveer 300 stuks. Daarvan hebben er ongeveer 40 twee uitgangen (/s/ en /∂/); dat is dus 13%. Enkele voorbeelden zijn ondervindings/ondervindinge, beraadslagings/
beraadslaginge, onderhandelings onderhandelinge enz.
Ongeveer 260 woorden op het morfeem /Iŋ/ hebben dus maar één uitgang; daarvan hebben ongeveer 14 uitsluitend /∂/ (bijna 5% van het totaal van 300), de grote massa heeft uitsluitend /s/ (82% van het totaal). Enkel die 14 woorden kunnen geen /s/ krijgen; de /∂/ is dus erg in de minderheid.
Tegenover de duidelijke morfologische begrenzing van groep A en B1 i.v.m hun meervoudsuitgang, lijkt er bij de ondergroepen van B2 geen. Noch morfologisch (bv. de "woordsoort" van het eerste lid) noch fonologisch (bv. het aantal lettergrepen of de plaats van het woordaksent) zie ik enige samenhang:
a. de woorden met enkel /∂/ hebben er geen: verbiedinge, seëninge, sieninge, groeperinge, saligsprekinge, nageweninge enz.;
b. die met enkel /s/ vertonen er geen: aanbiedings, bekledings, mondigwordings, pligplegings, sinkings ('rumatiese pyne'; HAT), afdelings enz.;
c. bij die met twee uitgangen zie ik er evenmin een: bevindings/-e, rondings / -e, versoekings/-e, voerings/-e enz.
Het duidelijkst illustreer ik die "chaos" met een voorbeeld: tekeninge heeft maar één uitgang (B2a), rekenings/-e twee (B2c), maar bij de samenstellingen is er een nieuwe "chaos": wins-en-verlies-rekenings heeft enkel /s/; die is daarentegen onbekend bij drie andere: tydrekeninge, bedryfsrekeninge en logaritmeberekeninge; de acht overblijvende sluiten zich met hun twee uitgangen aan bij het grondwoord rekenings/-e. (Er zou een regel kúnnen zijn: hoort een minder geleed woord een keer bij een groep met één uitgang, dan horen ook daarvan afgeleide woorden daarbij: tekeninge zou een voorbeeld kunnen zijn.)
Nou weten we uit ervaring wat voor kloof er kan zijn tussen woordenboek en taal. Gaat het met name bij /s/ tegenover /∂/ om plaatselijke, individuele, stilistische, generatieverschillen of om nog andere? Als taalkundige-mocdertaal spreker kon kollega Odendal uit Johannesburg deskundig kom-mcntaar geven. In antwoord op m'n vragen wees ie er allereerst op dat er bij de groep met twee uitgangen (B2c dus) een poging was "deur voorskrywers om die -e-mv te reserveer vir abstracta en die -s vir concreta. Alhoewel daar wel 'n mate van regverdiging hiervoor sou gewees het, sou dit bepaald 'n onverantwoorde veralgemening beteken het."
De eksterne taalkunde spreekt het verlossende woord: (ik citeer opnieuw kollega Odendal) "Hoe formeler die styl, hoe makliker -e." Verder wordt "-s toenemend gebruik".”
Binnen de kontekst van de Afrikaanse woordenschat als stollingsprodukt van de 17e- en 18e-eeuwse strijd tussen ABHollands en tekst, is ook de verhouding van Afrikaans -s tot Afrikaans -e glashelder: de laatste uitgang is hier tekst(achtig), de eerste taal. Het lijkt erop dat nog in de 18e eeuw in een groot deel van Holland bijna alle woorden op /Iŋ/ (afgezien van die met het morfeem /lIŋ/) de /s/ als meervoudsuitgang hadden, die in tekst absoluut onduldbaar was. In 2.7 zullen we zien dat een waarneming van Boekenoogen die rekonstruktie bevestigt.
2 Nederlandse dialekten
Meervouden op -ings vormen een klein onderdeel van de afdeling "-s-meervouden waar de tekst niks van wil weten" en die zijn vrij zeker van huis uit in de kustgebieden het talrijkst geweest (Paardekooper, 1990c: l). Daarom lijkt het goed om vooral aandacht te wijden aan de meervouden op -ings (en verwante types) in die kustprovincies, en om te beginnen met de konservatiefste: West-Vlaanderen.
...zie verder het volledige artikel als PDF
| Bijlage | Grootte |
|---|---|
| Afrikaanse_en_Nederlandse_meervouden_op_-ings-2.pdf | 417.97 KB |
